Misschien heb je er al van gehoord, vasten. Niets meer en minder dan voor een bepaalde periode niet eten. Het gebeurt al sinds mensenheugenis, in bijna alle geloven komt het voor. Denk aan de Ramadan, of de vastperiode tussen carnaval en Pasen. En vroeger, toen we nog jagers waren, was er ook geen koelkast vol eten 24/7 beschikbaar. Tegenwoordig wordt er echter regelmatig gesproken dat je elke paar uur wat moet eten om het ‘kacheltje te laten branden’. Maar, blijft het vuur niet ook gewoon aan als je er in 1 of 2 keer een flinke berg hout op gooit in plaats van elke paar uur een beetje? 

Vasten is geen hype die is overgekomen uit de VS. Het wordt binnen de Ayurveda al eeuwen toegepast om lichaam en geest weer in balans te brengen. Je lichaam in balans brengen door een bepaalde periode niet te eten klinkt in eerste instantie misschien niet heel logisch. Dit is wel het idee van vasten; je lichaam de tijd geven om de laatste maaltijd te verteren, transporteren en op te nemen. In de periode dat je niet eet krijgen je organen eigenlijk even de tijd om bij te komen, wat gunstig is voor je spijsvertering, je mind en je energie. Het is namelijk niet alleen een gezonde manier om wat kilo’s te verliezen, maar je krijgt er ook meer energie van en je concentratie verbetert. Ook vertraagt het de verhouding en helpt het bij het in balans brengen van je hormoonhuishouding. Je kunt al van deze gezondheidsvoordelen gebruik maken door enkele aanpassingen in je dagelijkse eetpatroon, door intermittent fasting.

Waarom zou je willen vasten?

We horen dat 5-6 keer eten per dag gezond is. Dat het nodig is om ons metabolisme actief te houden en je lichaam in balans te brengen. Dat het nodig is om ervoor te zorgen dat je bloedsuikerspiegel stabiel blijft en niet teveel piekt. Maar wat gebeurt er precies als we op deze manier eten? Dit heeft alles te maken met insuline. Als we constant eten (grazen) geven we eigenlijk elke keer onze alvleesklier een seintje om insuline aan te maken. Op je cellen zitten insuline receptoren welke reageren als er insuline komt. De insuline receptoren zorgen ervoor dat de glucose die na het eten in je bloed komt, kan doordringen in je cellen. Deze glucose wordt in de cel omgezet tot energie. En hoe vaker je eet, hoe meer insuline er aangemaakt wordt. Je receptoren worden ongevoeliger voor insuline en de glucose die niet meer naar de cel getransporteerd kan worden wordt opgeslagen als vet. Al die rondzwevende insuline en glucose zorgt juist voor een verhoging van je bloedsuikerspiegel. En zo kom je in een vicieuze cirkel, Gevolg: je bent meer moe, chagrijnig wanneer je niet eet, slaapt onrustiger en je hebt minder focus.

Tijdens een periode van vasten, haalt je lichaam ook energie uit andere bronnen dan voeding. Je lichaam gebruikt vetten als energie, je verbrandt dus je eigen vet. Dit is een manier van energie vrijmaken die we als jagers ook al kenden. En eigenlijk zijn we sindsdien biologisch gezien nauwelijks veranderd! Gedurende een periode van vasten gaat je lichaam over op vetverbranding, het heeft tenslotte al die energie niet voor niets opgeslagen. Dit is dé reden dat je lichaam glucose opslaat als vet, om het te kunnen gebruiken in periode van schaarste. Helaas kennen wij die periode van schaarste niet meer, waardoor je lichaam deze reserves niet gebruikt met vaak overgewicht tot gevolg.

Eigenlijk wil je dus minder vaak een moment hebben dat je lichaam een seintje geeft aan de alvleesklier om insuline aan te maken, zodat je lichaam gebruik kan maken van zijn eigen energievoorraad en je minder vaak het proces van het verwerken van de glucose hoeft te doorlopen. Hierdoor blijf je gevoeliger voor insuline en zal je lichaam veel efficiënter leren omgaan met alle energie die het tot z’n beschikking heeft.

Meer energie 

Wanneer je voor een langere periode niet eet, gebeuren er meerdere dingen. Je concentratie gaat omhoog omdat je lichaam zegt dat je moet ‘jagen’ naar voedsel. Je maag is leeg, en de energievoorraad in de spieren raakt leeg, dus je hormonen geven een seintje naar je hersenen dat er weer voedsel in moet. Gezien we nog niet zo heel lang geleden nog aan het jagen waren naar ons voedsel, gebeurt nu eigenlijk hetzelfde. Je hersenen gaan op scherp staan, op jacht naar nieuw eten. Je concentratie verbetert, je energie gaat omhoog. Je moet tenslotte in staat zijn om dat konijn te vangen wat ineens voor je langs kan glippen! Dat konijn hoeven we niet te vangen, maar de focus kan je helpen om de takenlijst gedaan te krijgen.

Daarnaast helpt het bij je lichaam efficiënter te zijn in het verwerken van eten en het gebruiken van energie, doordat het volledig de tijd heeft om een maaltijd te verwerken ende energie van deze maaltijd daadwerkelijk te gebruiken. Wanneer je een maaltijd hebt gegeten, duurt het wel enkele uren voordat je lichaam de voedingsstoffen heeft opgenomen, de mineralen en vitaminen uit de voeding heeft gehaald en de energie richting de spieren en cellen gaat. Ga je tijdens die proces weer iets nieuws eten? Dan gaat alle focus weer naar de eerste stappen van het verteren van dit nieuwe voedsel! Je kan je voorstellen dat dit er niet alleen voor zorgt dat je niet optimaal gebruik maakt van de voedingsstoffen uit je maaltijd, maar je verbruikt ook nog eens veel meer energie voor het verwerken van voedsel dan eigenlijk nodig is. Energie die je veel beter kunt gebruiken voor je werk, voor sporten of voor het lezen van een goed boek.

De gezondheidsvoordelen op een rijtje

  • Hogere insulinegevoeligheid en daarmee een betere hormoonhuishouding, doordat je minder frequent eet en je lichaam leert vetten te gebruiken als energie.
  • Efficient omgaan met je energiehuishouding met als gevolg meer energie en vooral een stabielere energie door de hele dag.
  • Overgaan op vetverbranding, waardoor je minder behoefte hebt aan koolhydraatrijk eten en je ‘suikerdips’ verdwijnen.
  • Je spijsvertering gaat met sprongen vooruit omdat de darmen rust krijgen. Dit zorgt voor vermindering van buikklachten en andere spijsverteringsproblemen.
  • Meer focus in de periode van vasten, om al je werk gedaan te krijgen!
  • Minder bezig zijn met eten, zowel in de keuken als in je hoofd. Minder vaak eten, minder bezig met wat je de volgende maaltijd weer moet eten, minder honger.
  • Weer herkennen wat honger is (zonder jezelf uit te hongeren, dat is niet hetzelfde!) zodat je weer leert te eten wanneer dit nodig is in plaats van uit gewoonte of gebrek aan energie.
  • Minder vaak eten, meer vetverbranding en daarmee makkelijker gewicht verliezen. Intermittent fasting kan ontzettend goed helpen bij het afvallen.

Nieuwsgierig? Lees hier meer over de praktische vormen van intermittent fasting!